LABO & RESEARCH

ONDERZOEK IN DE  PREMISSE  VAN  HEDENDAAGSE KUNSTENAAR PIERRE HUYGHE  & AUTEUR SERGE TISSERON :  VERVAGING VAN GRENZEN  TUSSEN DE AUTHENTIEKE ERVARING,  RECONSTRUCTIE EN FICTIE  DE IMPACT OP EEN KUNSTPRAKTIJK

In een deel van  theoretisch onderzoek focus ik me op het  werk van Pierre Huyghe.  De bedoeling is om op termijn, als vrucht van dit analytisch werk, een ruimer conceptueel kader te creëren , dat als een voedingsbodem fungeert voor later collectief werk  (performance,visueel & schilderkunst). 

Huyghe  maakt geen statische kunstwerken, maar ontketent eerder ‘situaties’ die werken als  ecosystemen waarin menselijke, dierlijke, technologischen, algoritmes en fictieve elementen samen bestaan en autonoom functioneren. Het werk evolueert voortdurend. Ook in de fictie en het narratieve laat hij verhalen, film, wetenschap en speculatie door elkaar lopen zodat je niet meer zeker weet wat “echt” is.   Het menselijke  perspectief staat vaak niet centraal staat; ook dieren, machines en systemen hebben ‘agency’.  Algoritmes  verkrijgen soms  een bijna organische rol en kunnen bijvoorbeeld beelden interpreteren, beslissingen nemen of processen sturen, waardoor het kunstwerk deels autonoom wordt.AI belichaamt in zijn werk een ‘nieuwe vorm van bewustzijn of waarneming’, die naast menselijke perceptie bestaat.  Het werk is procesmatig en veranderlijk.Door dit uitgangspunt  ligt de authenticiteit van een werk  niet in het  originele object maar in een dynamisch systeem of een situatie errond.  Huyghe gebruikt  vaak vervangers of proxies: avatars, maskers, algoritmes, dieren of fictieve personages die menselijke rollen overnemen en aldoende verschuift de vraag: wie of wat produceert de ervaring? de kunstenaar, het systeem, of iets anders?

Dat vormt ook een  link met het essay-werk van Tisseron, beiden bevragen authenticiteit. Welk deel van een proces is authentiek

 Serge Tisseron – ‘Le jour où j’ai tué mon frère – Quand l’IA fabrique la photographie de nos souvenirs

Wanneer Serge Tisseron door een oud familiealbum bladert, is hij verbaasd dat hij er geen foto in vindt waarvan hij zich een duidelijk beeld herinnert. Hij tekent die, en reconstrueert ze vervolgens met behulp van AI. Enkele weken later onthult de toevallige ontdekking van het origineel een andere afbeelding! Zo begint een bijna detectiveachtig onderzoek naar hoe het geheugen werkt, maar ook naar de macht die AI binnenkort zal hebben om onze meest intieme herinneringen zichtbaar te maken in zeer reële foto’s. Hoe zullen we deze situatie beleven, zowel individueel als binnen het gezin?

Het onderzoek richt zich naar enkele uitgangspunten van Serge Tisseron, een Franse psychiater, psychoanalyticus en onderzoeker die bekend staat om zijn werk over beelden, media en de impact van digitale technologie op de psychologische ontwikkeling.  Na de onderzoeksperiode, vormen deze subthemas’s een leidraad in het concrete artistieke werk.

 

Interessant is dat Tisseron zeker de gevaren en valkuilen viseert van digitale evoluties maar toch ook verder wil kijken naar de invloed en uitdaging die er van uitgaat.

Mijn interesse gaat specifiek uit naar  zijn recent non-fictie boek ‘Le jour où j’ai tué mon frère – Quand l’IA fabrique la photographie de nos souvenirs”’. Serge herinnert zich heel duidelijk een scène/foto uit zijn kindertijd. Maar blijkt, dat de foto die hij verwacht te vinden, ontbreekt in het fotoalbum. Hij genereert de afbeelding uit zijn geheugen opnieuw via AI. Later ontdekt hij de echte foto — en die komt niet overeen met zijn herinnering of met de AI-versie. Aan de hand van deze anekdote diept hij de relatie tussen geheugen, fotografie en kunstmatige intelligentie uit. Het menselijk geheugen is instabiel, reconstruerend en bij definitie subjectief, uniek. Daarna probeert hij als experiment AI-beelden te genereren uit zijn verleden, die alleen in zijn herinneringen bestaan. De hindernissen en gevaren zijn een interessant dilemma: wanneer AI beelden genereert op basis van onze beschrijving, kan dit de herinnering zelf beïnvloeden of veranderen?

Dit leidt tot een diepere reflectie: beelden die door AI worden gemaakt, reproduceren het verleden misschien niet, maar ze kunnen wel veranderen hoe wij ons deze herinneren. En ook: kan het gegenereerde beeld geleidelijk de oorspronkelijke herinnering in ons hoofd zou vervangen?

Zijn essay is echter absoluut geen betoog voor een vervanging van de menselijke fantasie door technologie; maar eerder een hypothetische, provocerende denk -en speeloefening, die de authentiek persoonlijke ervaring, fantasie & geheugen ondervraagt.

En zijn experiment, via de kunstmatige reconstructie, toont parallel hoe we ook ‘analoog’ een soort manipulatieve extrapolatie doen. Op welke basis kleuren, ‘verkleuren’ we onze herinneringen?

Zijn denkstelling verscherpt een analyse en toont zowel beperking, pijnpunten als de kracht van het herconstrueren en “uitvinden” van herinneringen. Als onderzoekstopic lijkt me dit zéér interessant.

Ik sta heel weigerachtig t.o.v. snelle artificiële, oplossingen en ervaar ze als een reductie van een authentieke ervaring. Maar daardoor vind ik zijn essay/boek interessant, het gaat verder dan een vaststelling en paralyserende angst of ontkenning. Het dissecteert en maakt ons bewust van de parameters van de menselijke fantasie, zelfbeeld en het verleden. Hij onderzoekt de echte ervaring via een surrogaat om uiteindelijk de echtheid te kunne vatten of in scherp daglicht te dissecteren.

Deze metafoor is een interessant leidraad bij het zoeken in een  snel uitdienend gebied met gevaar en ‘mentale mijnen’ .  De  ‘verkenning’ van deze nieuwe domeinen is alleen mogelijk als we de kennis en de tools er voor hebben en  als we zelf aan de teugels blijven.

Zijn filosofische benadering is een leidraad, die dan later, na studie, kan worden gegoten in praktische doelstelling, thema’s en conceptueel kader voor een project.

De tijdsgeest is niet te vatten, het hier en nu is een constant fluctueren, het destabiliseert en veroorzaakt initieel een (noodzakelijke?) regressie, afstand, introspectie. Om hierna (en hopelijk) de menselijke factor uiteindelijk de beslissingen te laten nemen. Althans dat is wat in het vizier moeten houden. Kunst (naast veel aspecten in politiek-sociale context) staan hier in het oog van de storm, creatie-an-sich stevent af op een artificiële inmenging /invasie. Het niet onderzoeken, reflecteren lijkt me geen optie. Misschien resulteert  het analyseren uiteindelijk in een nieuwe benadering, een andere, analoge, holistische vorm, die gefundeerd is op een ruimer bewustzijn & denken. Of leidt het tot een totale negatie van deze artificiële weg??

 

Hans Van den Broeck